Nu mogen we niet té snel oordelen natuurlijk. Olie, gas, steenkool, kernenergie,… Het zijn allemaal energiebronnen die ons hebben geholpen om ons welvaartspeil te verhogen. We leven nu beter en langer dan ooit tevoren. De kwaliteit van ons leven is er de voorbije decennia altijd maar op vooruitgegaan. Als er al signalen kwamen dat de groei nefaste gevolgen had, konden we dat handig wegmoffelen. De dodelijke mist die de Maasvallei nabij Luik teisterde in december 1930, was een eerste teken aan de wand, maar toen de Londense smog in december 1952 voor duizenden doden zorgde, leerden we om onze schoorstenen hoger te bouwen zodat het probleem verdunde en vanzelf overwaaide.

Industrialisering en mondialisering

Probleem ‘opgelost’, leek het, maar de voorbije decennia heeft de industrialisering en mondialisering onze aardse atmosfeer geen goed gedaan. Koolstofdioxide kan je niet verbergen, fijn stof al evenmin. Het was kiezen tussen de pest en de cholera, want de koolstofdioxide warmt het klimaat op. Het fijne stof vertroebelde de atmosfeer, waardoor er minder zonlicht de aarde bereikte, wat zorgde voor een afkoeling. Maar: dat fijne stof maakt ons wel doodziek. Dat fijn stof moet dus weg, met als gevolg dat de klimaatopwarming dus nog wat sneller verloopt…

Tijd om te handelen

Zo heeft onze ongebreidelde consumptiedrang de voorbije jaren wel vaker geleid tot onvoorziene problemen. Al eeuwenlang voeren we in de Lage Landen een bittere strijd tegen water. We weten wat het is om het land te verdedigen tegen de zee en tegen het snel stijgende water, en toch zijn we volop gaan wonen in gebieden die oorspronkelijk aan het water toebehoorden. We hebben waterlopen gekanaliseerd en de boden gebetonneerd, maar het water stroomt altijd stroomafwaarts en dus werden we vaker geconfronteerd met wateroverlast.

Stilaan wordt het duidelijk dat er duizenden scheurtjes ontstaan in ons Westers consumptiemodel. Dringend tijd dus om te handelen. Kunnen we de levenskwaliteit van iedereen verhogen zonder een aanslag te plegen op de aarde en op de toekomstige generaties? Het antwoord komt (zoals wel vaker) vanuit de basis. We leren consuminderen in plaats van consumeren. Er bestaan alternatieven voor duur kraantjeswater; een fiets is goed voor geest, lichaam en portemonnee; de thermostaat kan een graadje lager; en de producten en grondstoffen hoeven niet van de andere kant van de wereld te komen.

Langzaamaan vergroenen

De groene ideeën die een halve eeuw geleden nog een groot ‘geitenwollensokken’-gehalte hadden, vinden nu meer en meer ingang bij het grote publiek. De media spelen er handig op in, en de commercie volgt. Mede onder druk van Europa zien we onze economie langzaam vergroenen. De kwaliteit van de lucht is er op vooruitgegaan,  er is nu duidelijk minder mist dan een halve eeuw geleden. Consumenten worden kritischer en eisen van de fabrikant dat hij een aantal mensenrechten-basisregels toepast bij de vervaardiging van het product.

Het einde van het begin

Maar we zijn er nog niet natuurlijk. Het is maar het einde van het begin van een lange strijd om onze samenleving rechtvaardiger, properder en transparanter te maken. Een makkelijke strijd wordt het niet. Als rijke westerlingen zullen we een heleboel verworven rechten in vraag moeten stellen. En dan schuiven we dikwijls de zwarte piet door naar iemand anders.

Ons wegennet slibt alsmaar meer dicht door de toevloed aan bedrijfswagens, waarmee we ook in het weekend op kosten van het werk volop kunnen scheuren naar verre bestemmingen. Niet goed bezig… de overheid zou juist geld moeten ophalen door de excessen van wilde verplaatsingsdrang te belasten. De fameuze taks-shift moet zich mijns inziens zeker ook concentreren op consumptie en milieuvervuiling.

Of we het willen of niet: een groenere economie zal voor Vlaanderen, voor België, voor Europa en uiteindelijk zelfs voor de hele wereld de enige manier zijn om de toekomst veilig te stellen. Voor onze kinderen. En onze kleinkinderen.