Koen: “Er is in de luchtvaart een enorme behoefte om een bestemming te zoeken voor vliegtuigen die aan het einde van hun levensduur komen. Wereldwijd zijn reeds een honderdtal bedrijven actief op deze markt, maar deze richten zich allemaal op de ‘factual end of life’. Het gaat daarbij om vliegtuigen die echt volledig opgevlogen zijn en vaak zelfs niet meer mogen opstijgen. Deze bedrijven kopen deze vliegtuigen als schroothandelaar en halen er wat onderdelen uit die ze kunnen vermarkten. Het probleem is dan dat ze achteraf met heel wat ‘afval’ zitten, waarvan de waarde onderbenut blijft.”

Toon: “Wanneer je wacht tot een vliegtuig dertig of 35 jaar oud is, dan rest er slechts hier en daar nog iets dat bruikbaar is in de luchtvaart. Met al de rest kan je niets anders meer doen dan het recycleren. De circulaire economie gaat er echter om dat we grondstoffen en materialen zo lang mogelijk in de kringloop houden. Het doel moet dus in eerste instantie zijn om onderdelen te hergebruiken.”

 

Focus op hergebruik van luchtwaardige delen

Koen: “Daarom benaderen wij deze markt anders en positioneren wij ons wat vroeger in de levensduur van het vliegtuig. Wij richten ons op vliegtuigen die tussen de vijftien en twintig jaar oud zijn, want die vliegtuigen hebben heel wat onderdelen die nog zeer waardevol zijn in de luchtvaart. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan de motoren, landingsgestellen,… Wij zien een vliegtuig als een doos met materialen. Hierdoor creëren we een waarde in de tweedehandsmarkt van onderdelen.”

Toon: “Ons opzet is om onderdelen in de eerste plaats luchtwaardig te houden voor de eigenaar, wat impliceert dat wij nooit vliegtuigen opkopen. We zijn louter een dienstverlener. We halen alle nog voor de luchtvaart bruikbare onderdelen van het vliegtuig af, demonteren, controleren, verpakken en certificeren deze onder de juiste procedures op onze site in Oostende, met een logboek en de juiste documenten, en stockeren deze dan gebruiksklaar.”

 

Wet van vraag en aanbod uitschakelen

Koen: “Dat geeft ons de mogelijkheid om klanten zeer snel verder te helpen, wanneer ze door een defect of schade zeer snel nood hebben aan bijvoorbeeld een motor of een landingsgestel. Wij hebben deze klaar liggen en kunnen deze snel verschepen naar de locatie van het defecte vliegtuig. Dat is uiteraard zeer kostenefficiënt.”

“Een operator van een vloot die bijvoorbeeld een acute nood heeft aan een motor die gewaardeerd staat op 1,5 miljoen dollar, zal bereid zijn om tot 2,5 miljoen dollar te betalen voor diezelfde motor. Tijd is immers geld en vertragingen kosten de sector veel geld. Een operator die motoren dus op de balans houdt, conserveert en luchtwaardig houdt, schakelt hiermee de wet van vraag en aanbod uit op de markt van tweedehandsonderdelen in de luchtvaart én wordt meteen ook groener.”

 

Te veel waardevolle materialen gaan nog verloren

Toon: “Wat overblijft, wordt klassiek gezien als schroot en met een betonschaar in stukken geknipt. Die brokken gaan dan mét alle materialen die er nog aanhangen naar de recyclage. Hierbij heeft men dan enorm veel gemengde materialen (kunststof, kabels, textiel, metalen,…) waarvan er in het recyclageproces slechts een beperkte hoeveelheid, zoals aluminium en koper, nog worden gescheiden. Dat is enorm jammer, want een vliegtuig is nu eenmaal een vliegende doos hightech die tal van hoogwaardige materialen bevat die speciaal gemaakt zijn om licht, temperatuur-, brand- en drukbestendig te zijn.”

 

Nichemarkten bieden een groot potentieel

Toon: “Veel materialen die op deze klassieke manier verloren gaan, kunnen perfect een andere bestemming krijgen. Zo bestaat er bijvoorbeeld een nichemarkt van luchtvaartfans die interesse hebben in ornamenten, meubels en gadgets die te maken hebben met de luchtvaart. Er bestaan ook bedrijven die reistassen maken van de bekleding van passagiersstoelen. Andere designfirma’s bouwen trolleys om tot barkasten en barmeubels.”

“Ook uit de veiligheidsvesten, de glijbanen en de reddingsboten kan men allerlei nieuwe producten maken. Er bestaat zelfs een Brugse firma die duurzame vloermatten voor intensief gebruik maakt uit vliegtuigbanden. Dat zorgt ervoor dat die banden niet meteen naar de eindverwerking moeten en de grondstoffen waaruit ze bestaan eerst nog tien tot twintig jaar kunnen gebruikt worden in die toepassing.”

 

Metalen hebben mits een goede scheiding veel waarde

Koen: “Alleen al de romp van een vliegtuig bestaat uit verschillende legeringen van aluminium die samenzitten. Hoe beter we die scheiden, hoe meer ze waard zijn. De grote spelers in de markt zijn dan erg geïnteresseerd om ze als secundaire grondstoffen voor hun aluminiumproductie aan te kopen. Ze kosten hen tot negentig procent minder aan energieverbruik dan wanneer ze aluminiumertsen smelten. Op die manier wint iedereen en past ons concept perfect in de circulaire economie.”

Toon: “Aluminium kan altijd terug voor bijna honderd procent worden gesmolten. Er gaat dus niets verloren, buiten dan de zuiverheid. Er bestaan immers veel soorten legeringen. Wanneer je die smelt, krijg je een mix van legeringen waardoor de kwaliteit achteruit gaat. Ons doel is om het aluminium zo veel mogelijk op het niveau van de legering te scheiden, zodat het aluminium dat er terug uit wordt gewonnen zo hoogwaardig mogelijk is. Een vliegtuig bevat ook heel wat zeldzame metalen. Dat zijn geen grote volumes, maar toch loont het de moeite om deze proberen te scheiden. In de motoren zitten dan weer heel wat gegeerde metalen die bestand zijn tegen extreem hoge temperaturen en die in heel wat hoogtechnologische toepassingen kunnen worden hergebruikt. Een passagiersvliegtuig bevat bovendien tientallen kilometers aan kabels en heel wat elektronica. Door deze terug gescheiden op de markt te brengen, vinden we kopers die bereid zijn om hier een correcte prijs voor te betalen.”

 

Toepassingen en scheidingstechnieken blijven evolueren

Koen: “We veranderen schroot in een grondstof en proberen voor ieder materiaal dat niet als onderdeel kan worden gebruikt de beste bestemming te vinden. Dat is uiteraard een permanente oefening, want er ontstaan steeds nieuwe toepassingen die alsmaar rendabeler zijn.”

Toon: “Ook wordt er zeer intensief gezocht naar betere manieren om materialen te scheiden en te recycleren. Zo zullen in de toekomst ook heel wat kunststoffen een waardevolle bestemming kunnen krijgen, daar waar dat vandaag vaak nog niet altijd mogelijk is. We trachten in dat kader samen met onderzoeksinstellingen te zoeken naar wat er nog mogelijk is.”

 

Vlaamse start-up met grote plannen

Koen: “Aerocircular is een start-up in volle ontwikkeling. Onze vergunningsaanvragen wachten op goedkeuring, daarna beginnen we onze infrastructuur te bouwen en tegen het einde van het jaar zullen we operationeel zijn. Dankzij het algemene bewustzijn rond het circulaire gedachtegoed krijgen we alvast alle wind in de zeilen, ook qua financiering. Op korte termijn is het de bedoeling om onze klanten een economisch verdienmodel aan te bieden, maar op lange termijn willen we de pionier zijn die nu al inspeelt op een wetgeving die het in de toekomst verplicht zal maken voor vliegtuigen om circulair te zijn.”

“In onze vestiging in Oostende zullen we ons focussen op passagiersvliegtuigen, maar we hebben ook plannen op de markt van de jachtvliegtuigen. Zowel heel wat Europese als Arabische landen zijn immers hun vloot van militaire toestellen aan het herorganiseren, wat in combinatie met de volumes van de passagiersvliegtuigen zeker ook nog een opportuniteit biedt. Bovendien toonde een studie onlangs aan dat ook de vloot van privéjets binnen de komende vijftien jaar zal worden vervangen. Er wordt van deze vliegtuigen immers verwacht dat ze ‘state of the art’ zijn. Ook daar zien we dus nog heel wat potentieel.”