Het is niet voor niets dat schrootinzamelaars het tweede oudste beroep ter wereld beoefenen. Al sinds mensenheugenis zamelen mensen oud ijzer in. Producenten, dakbedekkers, loodgieters… ze willen allemaal oud ijzer. Venters gaan zelfs van deur tot deur om de laatste kilo’s schroot op te vangen. En het ijzer dat toch door de mazen van het net glipt en via de vuilniszak in de verbrandingsinstallatie belandt, wordt door een magneet alsnog uit de assen opgepikt.

Kortom, er gaat geen grammetje ijzer verloren in onze maatschappij. Elk jaar zamelen we in België 1.800.000.000 kilo ijzer in. En dat zonder enige subsidie of gunstmaatregel.
 

Hoe komt dat toch?

Omdat mensen de waarde van oud ijzer zien.

Staalproducenten bijvoorbeeld hebben liever schroot dan ertsen omdat ze met oud ijzer maar liefst 75% minder energie nodig hebben om hun staal te maken. Voor koper en tin loopt de besparing zelfs op tot 85% respectievelijk 99%.
 

Waardevol

Omdat de maatschappij de waarde van schroot inziet, heeft dit ‘afval’ een positieve prijs. Voor gerecupereerd koper wordt tot 5 euro per kilo betaald. Het is dus geen probleemstof, maar een waardevolle grondstof, en die economische waarde drijft als een zuinige motor het circulaire gebruik ervan aan.
 

Is het dan een en al succes?

Helaas niet.

Wereldwijd wordt 40% van het ijzer gemaakt op basis van schroot. Vreemd eigenlijk als je de voordelen kent en weet dat ertsen maar 40 tot 60% ijzer bevatten, terwijl dit voor schroot rond de 90 à 95% schommelt. Maar omdat de wetgever schroot als afval bestempelt, komt er heel wat bijkomende administratie aan te pas om dit afval in productieprocessen te kunnen inzetten.
 


Als de markt de waarde van plastic afval begint in te zien, dan zullen ook plastics het ‘afval’-label van zich af kunnen schudden.

Strikt Europees kwaliteitslabel

Zo schrijft de Europese regelgeving voor dat elektrische toestellen eerst van gevaarlijke componenten moeten worden ontdaan. Denk bijvoorbeeld aan de ozonafbrekende gassen of de pcb-houdende condensator in koelkasten. De ontmanteling en verwerking van deze gevaarlijke stoffen wordt uiterst gedetailleerd gerapporteerd volgens de strikte richtlijnen van een Europees kwaliteitslabel. De administratieve kost: 10.000 euro per jaar.
 

Wetgeving verlamt

Dat deze stoffen verwijderd moeten worden, is uiteraard een positieve zaak. Maar er is ook een keerzijde aan de medaille. Want de wetgeving geldt ook voor heel wat elektrische toestellen die geen gevaarlijke componenten bevatten, maar die dus wel de zware administratieve last moeten dragen. Resultaat? Hun marktwaarde halveert. Of hoe een te ver doorgeschoten wetgeving de spontane motor van de circulaire economie kan verlammen.
 

Plastic afval

Toch is het schrootverhaal een positief verhaal. Een verhaal dat als model kan dienen voor andere afvalstoffen die (nog) niet het geluk van een positieve prijs kennen. Als de markt de waarde van plastic afval begint in te zien, dan zullen ook plastics het ‘afval’-label van zich af kunnen schudden.

We moeten dus de vraag naar gerecycleerde materialen aanzwengelen. Bijvoorbeeld door producenten te verplichten hun producten beetje bij beetje en steeds meer op basis van gerecycleerde materialen te maken. Op die manier zullen ook oude plastics en ander ‘afval’ net als oud ijzer waarde krijgen en tot het laatste grammetje worden ingezameld. Of hoe een eeuwenoud bewezen model een mooi pleidooi is voor de marktgedreven circulaire economie van de toekomst.

 

COBEREC is de Confederatie van de Belgische Recuperatie. Ze vertegenwoordigt 150 privaatrechtelijke bedrijven die actief zijn in de recuperatie van oude metalen, papier en karton, textiel en kunststoffen. Samen produceren deze bedrijven jaarlijks 4 miljoen ton nieuwe materialen en stellen ze meer dan 4000 mensen tewerk. www.coberec.be