Waar moeten beginnende tuinierders op letten?
 

“Besteed voldoende aandacht aan de bodem. Probeer hem luchtig te houden door hem, voor het planten en zaaien, los te spitten. Je kan dat een eerste keer vlak voor de winter doen. Bedek hem met een laagje stalmest zodat die al een beetje kan verteren. Vlak voor de lente doe je dat een tweede keer, zodat de grond losligt en de planten makkelijk kunnen wortelen. Kies ook een goede plek uit voor je moestuin: zorg dat de planten soms zon, soms schaduw hebben. Bijna geen enkele plant wil voortdurend in de zon staan. Zorg dat de bodem genoeg compost bevat en gevoed is met meststoffen, maar ook weer niet te veel. En een belangrijke beginnerstip: begin klein genoeg, zodat je het overzicht behoudt.”

 

En hoe zorg je voor een natuurlijke bemesting van de grond?
 

Belangrijke beginnerstip: begin klein genoeg, zodat je het overzicht behoudt.

“Ik werk met organische, gedroogde mestkorrels. Dat is een mengsel dat traag in de grond oplost, waardoor het beter in de bodem inwerkt. Wanneer je meststoffen gebruikt, kijk dan naar de gebruiksaanwijzing. Het teveel aan meststoffen spoelt weg met het grondwater. Je kan ook dierlijke mest en je eigen compost gebruiken. Wie geen compost heeft, kan soms gratis compost van de gft-containers bij zijn gemeente verkrijgen.”

 

Welke gewassen zijn het makkelijkst om mee te starten?
 

“Radijsjes en sla zijn dankbare groenten: die groeien snel en kan je op elk grondtype kweken. Van snijsla kan je geregeld al enkele bladeren plukken en de rest laten staan tot je het nodig hebt. Zo heb je altijd verse groenten. Ook tomaten en courgettes zijn best makkelijk: die groeien goed en smaken altijd veel beter dan die uit de supermarkt.”
 


 

Hoe hou je insecten en slakken op een ecologische manier weg uit je tuin?
 

“De efficiëntste manier is om plantensoorten naast elkaar te zetten die elkaar beschermen tegen insecten. De wortel en prei houden elkaar proper van de wortel- en preivlieg. Hetzelfde gebeurt wanneer je basilicum en Afrikaantjes, een sierplantje, naast tomatenplanten zet. Zo groeien de gewassen niet alleen beter, je hebt ook minder last van aaltjes. Slakken kan je het best ‘oogsten’. Leg een houten plank tussen de planten. De slakken zoeken een vochtige en donkere omgeving op en kruipen eronder. Zo kan je ze makkelijk verzamelen en aan je kippen voeren. Of laat Chinese loopeenden of scharrelkippen, met pluimen aan de poten, een toertje in de tuin lopen. Zij eten die slakken op.”

 

Een tuin laat je dus best een beetje zijn gang gaan?
 

Een tuin is een stukje natuur en geen vitrinekast. Hoe meer een tuin zijn werk kan doen, hoe minder werk jij eraan hebt.
 

“Een tuin is een stukje natuur en geen vitrinekast. Hoe meer een tuin zijn werk kan doen, hoe minder werk jij eraan hebt. Laat hem dus wat wilder staan. Ik gooi bijvoorbeeld het plantenafval op verschillende plekken in mijn tuin weg. Die laag afval verteert zodat er zich automatisch een isolerend matje vormt. Dat zorgt ervoor dat de grond niet uitdroogt en er genoeg stofwisseling in de bodem is.”

 

En zijn er trends in moestuinland?
 

“Kruiden zijn populair. Ze zijn makkelijk te telen, mits je hun oorspronkelijke klimaat een beetje nabootst. Rozemarijn en tijm vragen veel zon, koreander en dille willen een wat vochtigere omgeving. Met één zakje zaad heb je een oogst voor een heel seizoen. Ook kleinere groenten, zoals kerstomaatjes en babykomkommers, zijn gegeerd. Ze zijn ideaal om je kinderen groentjes te laten eten. Ook de gezonde, lichte groenten zoals peulerwten en Chinese kool vallen in de smaak.”