In 2050 zal de wereld 60 tot 100% meer voedsel nodig hebben voor 2,3 miljard meer mensen. Deze toenemende vraag naar voedsel binnen het huidige voedingspatroon is duurzaam noch haalbaar.

Het goede nieuws is dat een plantaardig voedingspatroon deel van de oplossing kan zijn. Plantaardige voedingsmiddelen zoals fruit, groenten, bonen, zaden, noten, maar ook plantaardige alternatieven voor vlees en zuivel, zijn beter voor de planeet. Simpelweg omdat ze minder land, energie en water vereisen.

Minder land

Om 1 kilogram vlees op je bord te krijgen zijn er gemiddeld 6 kilogram planten (zoals soja) nodig. De dieren moeten immers zelf gevoed worden met heel veel plantaardige proteïnen. Daardoor bereikt nauwelijks 15% van de eiwitten in deze gewassen de mens: 85% wordt dus verspild. Momenteel dient zo’n 75% van de wereldwijde soja-oogst als veevoeder. Dat leidt tot ontbossing op grote schaal. Nog elk jaar verdwijnt wereldwijd twee keer de oppervlakte van Nederland aan bos.

De productie van plantaardige voeding voor rechtstreekse consumptie vereist veel minder landbouwoppervlakte, waardoor er automatisch minder ontbossing is. Door zelf meer soja op je bord te leggen, kan je als consument mee de strijd tegen ontbossing ondersteunen.

Minder energie

Voedsel levert energie, maar heeft ook energie nodig om te worden geproduceerd. Het voedselsysteem is goed voor ongeveer 30% van de totale CO2-uitstoot in de Europese Unie. Vooral de productie van dierlijke eiwitten is energie-intensief: om 1 kcal dierlijke eiwitten te produceren heb je 11 keer meer energie nodig dan voor plantaardige eiwitten.

Uit een Britse studie bij zo’n 2.000 veganisten, 16.000 vegetariërs en 30.000 vleeseters bleek dat de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen daalde naarmate er minder vlees werd geconsumeerd. Plantaardige voedingsmiddelen kunnen dus een rechtstreekse bijdrage leveren aan de klimaatverandering.

Minder water

En dan hebben we het nog niet gehad over de waterbesparing. Water is het nieuwe CO2: de meest urgente uitdaging van de toekomst. Voor landbouw wordt meer zoet water gebruikt dan voor eender welke andere menselijke activiteit, tot 3.000 liter water voor 1 kilogram gewas!

De hoeveelheid water die rechtstreeks door het vee wordt gedronken is weliswaar zeer klein, maar als je ook rekening houdt met het water om het veevoeder te maken, stijgt dit volume spectaculair. Voor de productie van 1 kilogram dierlijke eiwitten is ongeveer 100 keer meer water nodig dan voor de productie van 1 kilogram eiwitten uit granen.