Chris Prengels,
CEO van Tiger Power

 

“Als Vlaamse innovatieve startup ambiëren we om een positieve socio-economische impact te creëren door het opzetten van kleine performante energiecentrales in afgelegen dorpen in Indië en Sub-Sahara Afrika. Van de 1,3 miljard mensen op aarde die geen toegang hebben tot elektriciteit leeft namelijk een groot deel in die twee regio’s”, opent Prengels.

 

Van de 1,3 miljard mensen op aarde die geen toegang hebben tot elektriciteit leeft een groot deel in Indië en Sub-Sahara Afrika.

 

Modulair en schaalbaar

“Het uiteindelijke doel is om de klassieke dieselgeneratoren te vervangen door een ‘plug & play’ energiesysteem dat 100% duurzaam is, maar ook schaalbaar is, economische activiteiten kan ondersteunen en dat vanop afstand kan worden bediend.”

Prengels: Ieder element is bewust klein gehouden, en om het businessmodel haalbaar te maken hebben we geopteerd voor standaardsystemen die bestaan uit modulaire bouwstenen. Die kunnen we dan per project in een bepaalde configuratie opstellen en opschalen. Dit laatste is immers noodzakelijk omdat mensen, van zodra ze toegang hebben tot energie, ook steeds meer gaan verbruiken.”

 

Binnen- en buitenlandse partners

“We werken samen met o.a. de lokale gemeenschappen en besturen, onderzoeksinstellingen en investeerders. Zo werken we op technisch vlak samen met VITO, waarmee we samen een vooruitkijkend en zelflerend energiemanagementsysteem hebben ontwikkeld. Op die manier zijn we gekomen tot een systeem dat optimaal en autonoom kan werken. We zijn nu eenmaal actief in regio’s die moeilijk toegankelijk zijn.”

Prengels: “In Oeganda werken we samen de universiteit van Southampton, die via een pre- en postimplementatie enquête voor ons de socio-economische impact meet van onze projecten op de lokale gemeenschappen.”

 

Snelle groei

“Intussen zijn we twee jaar actief, waarvan we anderhalf jaar samen met VITO hebben gewerkt aan het technische luik. Eind 2016 hebben we het resultaat officieel voorgesteld, waarna we gestart zijn met de commercialisatie. Vandaag hebben we een eigen kantoor en onze eerste projecten in Delhi, zijn we een joint venture aan het oprichten in Rwanda en hebben we onze eerste projecten in Oeganda, waar we in de komende maanden eveneens een eigen kantoor zullen oprichten.”

“Bovendien zijn we voor een deel van onze concepten intussen een lokale productiecapaciteit aan het opbouwen in Indië. Zo maken we dit economisch haalbaarder, doen we aan kennisoverdracht én zullen we dichter op de bal kunnen spelen”, besluit Prengels.