Verantwoord ondernemen is een term die veel ladingen dekt. Wat betekent het voor u?
 

“Voor ons betekent het zakendoen met respect voor de mens, de natuur en de samenleving. Ik durf zeggen dat duurzaam ondernemen in onze genen zit, en dat we er al van meet af aan mee bezig zijn. Sinds 2007 luidt de missie van Colruyt Group ‘Samen duurzaam meerwaarde creëren door waardengedreven vakmanschap in retail’, en dat is geen loze slogan. Met een hele rist concrete initiatieven proberen we op sociaal en ecologisch vlak iets goeds te doen, zonder daarbij ons economische doel uit het oog te verliezen.”

                                               

Hoe is die focus op duurzaamheid er gekomen?
 

“Uit pure noodzaak. Als discountwinkel wilden we goedkoper zijn dan de concurrentie, dus we zochten allerlei manieren om te besparen. Zo ontdekten we dat we het met de helft van de tl-lampen die we in winkels hadden hangen ook konden redden. En daarom kochten we bijvoorbeeld gesloten diepvrieskoffers: na gebruik kunnen we ze nog doorverkopen aan particulieren. Al heel vroeg experimenteerden we met manieren om energie te besparen en afval te verwerken. Duurzaamheid is bij ons geen maquillage of marketingvehikel.”  

 

Welke stappen moet je als grote retailer zetten naar meer duurzaamheid?
 

“Je moet allereerst je eigen huis proper krijgen, op allerlei vlakken. Daarna moet je kijken waar je nog meer impact kan hebben: bij de toeleveranciers, bij de klanten, enz. Op het vlak van duurzame energie staan wij bijvoorbeeld al heel ver. Eind de jaren 90 zag ik tijdens een zeiltocht een windmolen op een zeedijk staan. Dat zette me aan het denken: zouden wij met het bedrijf niet kunnen investeren in windenergie? Intussen hebben we veertien windturbines op het vasteland, en nog veel meer offshore. We investeren ook volop in zonne-energie en proberen onze winkels zo duurzaam mogelijk te bouwen. We hebben net ons eerste passieve winkelgebouw geopend: de OKay-vestiging in Stavelot. Die werkt onafhankelijk van fossiele brandstoffen.”
 


 

Welke inspanningen levert Colruyt Group op het vlak van mobiliteit?
 

“We hebben als eerste CNG-tankstations voor particulieren geopend, voor wagens op aardgas (CNG staat voor compressed natural gas, red.). We volgen de evolutie op het vlak van bijvoorbeeld elektrisch rijden ook op de voet, maar voorlopig vinden we CNG de meest verantwoorde keuze. Meer dan 1.400 personenwagens en ruim honderd dienstwagens uit ons wagenpark rijden op CNG. We zijn ook aan het experimenteren met de productie van waterstof: in Halle gaan we volgend jaar een eerste publiek waterstofstation openen. Daarnaast zijn er initiatieven als de kantoorbus, die medewerkers uit het Gentse naar onze hoofdgebouwen in Halle brengt. De bus is ingericht als rijdend kantoor en de tijd in de bus geldt als officiële werktijd.”

 

Duurzaam omgaan met medewerkers, wat moeten we daaronder verstaan?
 

“Ik ben er sterk van overtuigd dat het hoofd, het hart en de buik op één lijn moeten staan, en dat we daar als werkgever mee moeten over waken. Lang voor het een trend was, boden wij al opleidingen als yoga, verbindende communicatie, enz. aan. Mijn vader las veel managementboeken, maar hij merkte dat al die theorieën moeilijk in de praktijk te brengen waren. Hij ging aan de hand van trainingen en therapie na wat voor hem persoonlijk wel werkte: authentiek zijn en je passie vinden. Daar investeren wij in: mensen laten ontdekken waar ze goed in zijn en wat ze graag doen, én hen de mogelijkheid geven om bij te sturen indien nodig. Dat verstaan wij onder een duurzame loopbaan.”

 

Wat doet de groep zoal op het vlak van de producten zelf?
 

“We proberen verpakkingen te beperken en te werken aan de recycleerbaarheid. Onze nieuwe charcuterieschaaltjes mogen zo goed als integraal de papierbak in. We werken daarnaast aan korte ketens en aan respectvolle samenwerkingen met leveranciers. Een merk als Bioplanet speelt daar 100% op in. We merken wel dat er een probleem ontstaat naarmate het succes groeit: nogal wat leveranciers van bioproducten weten niet hoe ze grotere hoeveelheden kunnen produceren. Wij proberen hen te helpen en stimuleren andere boeren om over te schakelen op biologische teelt – terwijl we hen een volume garanderen. Daarom bieden we ‘producten in omschakeling’ aan in de winkels.”
 


 

Hoeveel controle heeft u over de schakel van de toeleveranciers?
 

“We doen heel wat audits ter plaatse, zowel in de food als de non-food, maar we beseffen dat dat slechts momentopnames zijn. Het is als vissen met een net: er zal altijd iets aan onze aandacht ontglippen. We zien stap voor stap verbeteringen, op elk vlak, maar zijn toch geregeld genoodzaakt om samenwerkingen stop te zetten. Soms is het ook nattevingerwerk, natuurlijk: hoe kunnen onze auditoren inschatten of een fabrieksarbeider effectief de leeftijd heeft die op zijn paspoort staat? Wij zijn absoluut tegen kinderarbeid, maar vinden dat wij als afnemer dan wel een alternatief moeten bieden. Er zijn nu eenmaal landen waar een 12-jarig kind een tastbare bijdrage moet kunnen leveren aan het gezinsinkomen. Daarom investeren we met de Collibri Foundation in scholingsprojecten in Afrika, Zuid-Amerika en Azië. We geven bijvoorbeeld landbouwopleidingen, zodat de jeugd een toekomst kan opbouwen in de eigen streek.”

 

Is er ook bij de consument werk aan de winkel?
 

“Meer dan een derde van het aangekochte verse voedsel belandt in de vuilnisbak. We vinden dat iedereen daarin zelf zijn verantwoordelijkheid moet nemen, maar we kunnen als retailer ook iets doen. We zouden bijvoorbeeld graag een app aanbieden die mensen helpt om iets lekkers te koken met de restjes in hun koelkast. Met de app SmartWithFood proberen we mensen ook te helpen om bewuste voedingskeuzes te maken. Je geeft jouw voedingsprofiel in, scant een product en ziet meteen of het product in jouw eetpatroon past. Op die manier zorg je voor minder verspilling én voor gezondere keuzes. Het zijn maar kleine druppeltjes, dat beseffen we, maar vele kleintjes maken een groot, toch?”