Toelichting door Peter Koopmans en Eddy Leloup, respectievelijk CEO en directeur coöperatiezaken bij Milcobel.
 

Wat is er zo specifiek aan de structuur van een coöperatief bedrijfsmodel?

Leloup: “Milcobel is voor 100% in handen van melkboeren. Zij zijn onze enige aandeelhouders en dragen met hun ledenkapitaal bij tot ons eigen vermogen. Geen enkel privébedrijf communiceert zo intensief met zijn leveranciers en vennoten als wij. Onze negen regionale ledenkringen en jongerenkring houden ieder jaar samen met ons management statutaire ledenkringvergaderingen waarbij de stand van zaken wordt besproken en de krijtlijnen voor de toekomst worden toegelicht. Om de twee jaar wordt bovendien de helft van de bestuursleden herverkozen.”

De boeren runnen vanuit hun vakexpertise hun boerderij, wij zorgen via een correcte en transparante vermarkting voor een duurzaam langetermijnperspectief.

Koopmans: “Het verkozen bestuur stuurt door het jaar heen afgevaardigden naar de coöperatieraad, waar advies wordt gegeven aan de raad van bestuur. Ook die raad van bestuur bestaat uit melkboeren. ‘Maria en Paul uit Avelgem’, zeg maar de leden-melkleveraars, hebben dus langs die weg rechtstreeks contact met het management en krijgen inspraak in de coöperatie. Zij zijn immers onze bestaansreden. Dankzij die inspraak wordt in onze bedrijfsvoering en strategie ook rekening gehouden met de heterogeniteit van de melkboeren.”
 

Wat zijn de concrete voordelen hiervan?

Koopmans: “Ons doel is om een eerlijk bedrijfsinkomen te genereren voor onze leden-melkveehouders, en dit zowel nu als op lange termijn. Als verlengstuk van de boerderijen garanderen we de verwerking van hun melk via de ontwikkeling, productie en vermarkting van zuivelproducten. Bovendien zijn wij de referentie  voor de melkprijs. Anderen spiegelen zich aan ons, omdat wij 40% van de Belgische melkveehouderij vertegenwoordigen. Op die manier zijn we van betekenis voor de hele sector.”

Leloup: “Onze manier van werken is dus bijzonder duurzaam, want wij bieden een langetermijnperspectief aan de heterogene populatie van Belgische melkboeren.”

De productiesite in Langemark.

 

 

Waarom is het zo belangrijk om hen allemaal dat langetermijnperspectief te bieden?

Koopmans: “Meer dan 2.700 families zijn aangesloten bij onze coöperatie. Vaak werken beide partners in de boerderij, wat dus neerkomt op zo’n 5.400 kostwinners. Daarbij komen nog 2.000 werknemers van Milcobel. Een heterogene groep van meer dan 7.000 mensen werkt dus samen onder dezelfde coöperatie, die als onderneming in zowat 130 landen zuivelproducten in de markt zet binnen niches waar ze een leidinggevende positie kan innemen. Wij zorgen ervoor dat er met de melk van ‘Maria en Paul uit Avelgem’ mozzarella gemaakt wordt, die op de pizza van de Chinees in Peking terechtkomt!”

“Maar liefst 50% van onze melkboeren bezit minder dan 50 koeien. Een groot aantal van onze leden zijn dus relatief kleine familiale bedrijven zoals ‘Maria en Paul’. Deze kleine melkveehouderijen leveren echter slechts 20% van onze melk. Zij staan tegenover een kleiner aantal grote en sterk gespecialiseerde melkveehouderijen met omvangrijke melkvolumes die goed zijn voor 30% van de aangeleverde melk. Als coöperatie trachten wij alle verschillende soorten en groottes van melkveehouderij in evenwicht te houden. Iedereen krijgt zijn plaats en groeimogelijkheden, zonder al te veel differentiatie.”
 

Hoe bepalen jullie de melkprijs?

Leloup: “Wij streven naar een eerlijke melkprijs die in de grootste transparantie tot stand komt. Bovendien gaat de opbrengst van de vermarkting na verrekening van de fabriekskosten integraal als eindresultaat richting de aangesloten melkboeren. Het is dus niet de bedoeling om als coöperatie monsterwinsten te realiseren.”

Duurzaamheidscriteria waar we bijzondere aandacht voor hebben zijn energie, zorg voor de omgeving, water(her)gebruik, dierenwelzijn, huisvesting, voedersamenstelling en hygiëne.

Koopmans: “Op die manier distantiëren we ons uiteraard van de privébedrijven die wel streven naar een winstmaximalisatie. In tegenstelling tot hen houden wij de winsten niet voor onszelf, ook niet wanneer de prijs van de melk laag staat. Bij ons gaat die winst terug naar de boer. De boeren runnen vanuit hun vakexpertise hun boerderij, wij zorgen via een correcte en transparante vermarkting voor een duurzaam langetermijnperspectief.”
 

Kunnen jullie ook een rol spelen op het vlak van andere duurzaamheidsaspecten?

Koopmans: “Als coöperatie bevinden wij ons middenin de duurzaamheidsdriehoek van planet, profit en people. Al jaren werken wij met een duurzaamheidsmonitor. Onder die noemer houden wij al onze aangesloten melkveebedrijven in het oog op het vlak van 35 duurzaamheidscriteria. Wij geloven daarbij in een evenwichtige aanpak, waarbij de boeren hun eigen evenwicht mogen zoeken. Wel vragen we dat ze over het algemeen een bepaald duurzaamheidsgehalte bereiken. Het biedt hen vooral ook een inzicht in hoe ze het doen ten opzichte van andere boeren.”

Leloup: “Duurzaamheidscriteria waar we bijzondere aandacht voor hebben zijn onder meer energie, zorg voor de omgeving, water(her)gebruik, dierenwelzijn, huisvesting, voedersamenstelling, hygiëne, enz. Binnen deze domeinen krijgen de boeren zelf de vrijheid om te bepalen hoe ze er mee aan de slag te gaan. Daarnaast beschikken al onze productiesites over het certificaat ‘Duurzaam Ondernemen’. In onze fabrieken hebben we bijzondere aandacht voor waterhergebruik, energiebesparing, vermindering van verpakkingen, enz.”