Welke initiatieven zijn er genomen?

Reeds sinds ’95 is er in Vlaanderen een specifieke wetgeving rond bodemverontreiniging. Het betreft immers een zeer technische problematiek die zich afspeelt op verschillende expertisedomeinen, zoals geologie, chemie, biologie, enz.

De overheid heeft hierop ingespeeld via een erkenningensysteem voor bodemsaneringsdeskundigen. Die hebben immers de belangrijke taak om bodemverontreiniging in kaart te brengen, saneringsaanpak voor te stellen en aan de overheid te rapporteren. Op basis van die objectieve informatie kan de overheid dan bodemattesten opstellen.

Met de VEB leggen we de lat bovendien nog hoger. Buiten de kwalitatieve en praktische aandachtspunten is het evenzeer belangrijk om er voor te zorgen dat de noodzakelijke competenties worden opgebouwd en ingezet. Daarnaast moet men op de juiste manier omgaan met klanten, met een duidelijke en correcte communicatie en advies, ook wanneer blijkt dat er een probleem is met diens bodem.

Hoever staan we vandaag?

De OVAM heeft zich voorgenomen om tegen 2035 alle verontreiniging in Vlaanderen in kaart te brengen én de risicovolle gronden ook al aan te pakken. Momenteel zijn zo’n 50.000 Vlaamse gronden nog niet onderzocht. Alhoewel Vlaanderen een voortrekker is t.o.v. de andere gewesten, is er dus nog heel wat werk.

De eenvoudigere dossiers zijn intussen reeds aangepakt, wat maakt dat we nu vooral te maken krijgen met omvangrijke en complexe dossiers. Daarbij komt het erop aan om onze intussen sterk uitgebouwde expertise én de nieuwste innovaties zo kostenefficiënt mogelijk in te zetten.

Vlaanderen is reeds een wereldwijd voorbeeld omdat het bij een verkoop verplicht om de toestand van een grond in kaart te brengen. Maar ook andere gronden moeten bij de minste aanwijzing van een verontreiniging worden onderzocht. Indien het probleem wordt vooruitgeschoven kan het intussen immers ook verergeren.