Anne Wouters-Cuypers

Eerste Schepen Anne Wouters-Cuypers staat ons te woord.

Uitdagingen en projecten

“In de komende jaren komen vier scholensites en het oude stedelijke zwembad in het centrum vrij voor herontwikkeling omwille van de bouw van een nieuwe scholencampus aan de stadsrand en een nieuw zwembad op de site be-MINE. Als we de oppervlakte van al deze sites samentellen betekent dit dat ongeveer de helft van de huidige stadskern in de komende jaren een transformatie zal ondergaan”, opent Wouters-Cuypers.

“Maar stedelijk Beringen staat nog voor andere uitdagingen. Sinds vorig jaar heeft Beringen opnieuw een station dat fungeert als een openbaar vervoersknooppunt waar trein- en busverkeer op elkaar zijn afgestemd. In de komende jaren zal rond dit station d.m.v. inbreidingsprojecten fasegewijs een nieuwe woonbuurt worden uitgebouwd.”

Wouters-Cuypers: “De ligging van Beringen langs het Albertkanaal is een economische troef die ook in het kader van de stadsontwikkeling zal worden uitgespeeld. De bouw van een nieuwe kanaalbrug zal worden aangegrepen om een stedelijk waterfront te ontwikkelen als poort tot het stadscentrum. En last but nog least is er de herbestemming van het voormalige mijnterrein. Deze site ligt nabij het stadscentrum en vormt deel van het kleinstedelijk gebied.”

Stadskernvernieuwing

“Voor elk deelgebied staat een gemengde binnenstedelijke ontwikkeling voorop. Toch krijgt iedere site een eigen accent en hoofdfunctie: voor de site van het oud zwembad en de technische school wordt dit wonen in een stadspark, terwijl winkelen de hoofdfunctie wordt bij de herbestemming van de schoolsite Sint Lutgart. Op de collegesite komen ten slotte diensten centraal te staan. De stad investeert in de kwaliteit van de publieke ruimte door de heraanleg van het marktplein, het verbeteren van de bereikbaarheid en de aanleg van centrumparkings.”

be-MINE 

“Heel bijzonder wordt be-MINE. Niet alleen omwille van het feit dat het hier gaat om de grootste beschermde industrieel-archeologische site in Vlaanderen, maar ook omwille van de manier waarop stedelijke en toeristisch-recreatieve functies een duurzame herbestemming geven aan wel heel bijzondere gebouwen en installaties”, besluit Wouters-Cuypers.