Deze vullen elkaar aan en  kunnen gezamenlijk worden geoptimaliseerd naar kost en milieuimpact. Dirk Boydens, CEO van Boydens Engineering, legt uit, want “dit vraagt dan wel om het juiste samenspel waarin onderzoek, innovatieve technieken, cross-sectorale samenwerking en onderbouwde keuzes sleutelbegrippen zijn”, opent Dirk Boydens.

Veelbelovende technieken

“Technische installaties kunnen gebouwen heel wat duurzamer en slimmer maken. Momenteel maken we al vaak gebruik van oplossingen op het vlak van thermische opslag zoals bv. in het GEOTABS -concept, een geslaagde combinatie van betonkernactivering, geothermie en warmtepompen. Gebouwen uitgerust met GEOTABS zijn door de buffercapaciteit van zowel betonplaten als ondergrond zelf in staat om te bepalen op welk tijdstip ze elektrische energie van het net aanwenden”, opent Dirk Boydens.

“De nieuwste ontwikkeling in de sector zijn smart grids of slimme thermische- en elektriciteitsnetten. In de toekomst zullen vooral technieken voor de opslag van thermische energie en elektriciteit een sterke opgang maken. Ook conversie van de ene energiedrager naar de andere, naargelang de beschikbare opslagtechnologie per drager, verdient aandacht.”

“Woon- en bedrijfseenheden zijn niet langer afzonderlijke entiteiten, maar moeten ook aanstuurbaar zijn door externen die het globale energiesysteem optimaliseren.”

“Een ander belangrijk gegeven is de energieverdeling d.m.v. warmte- en koudenetten. Op die manier kunnen we bv. wind- en zonne-energie opslaan of rechtstreeks inzetten in functie van de beschikbaarheid, in plaats van enkel vanuit de vraag van de gebruiker. Woon- en bedrijfseenheden zijn dan niet langer afzonderlijke entiteiten, maar moeten ook aanstuurbaar zijn door externen die het globale energiesysteem optimaliseren.”

Samenwerking als uitgangspunt

“Cross-sectorale samenwerking is cruciaal om bouwfysische studies te integreren in de uitwerking en de conceptualisatie van de technische installaties. Innovatie in de ene sector kan vaak een ondersteunende werking hebben in andere sectoren.”

“Bovendien is er het samenspel tussen het onderzoeksveld en de ontwerppraktijk. Enerzijds moeten innovatieve ideeën vanuit onderzoek snel in de praktijk kunnen worden geïmplementeerd. Anderzijds moeten we vanuit de praktijk nog sneller feedback geven zodat de evaluatie en verbetering van die nieuwe ideeën onderzoeksondersteund kan verlopen. Maar ook de overheid zou hier beter bij moeten aansluiten en maatschappelijk relevante samenwerkingen actief moeten ondersteunen.”Tivoli-project in Brussel (Laken)

© PARBAM + ADRIANA - Tivoli-project in Brussel (Laken) - realisatie van een duurzame wijk bestaande uit 258 passieve en 140 nul-energiewoningen, 2 crèches en 7 commerciële ruimten. 

“Samenwerking tussen de verschillende systemen in het gebouw en de omliggende netten is cruciaal om tot energieperformante oplossingen te komen. De toekomst lijkt enkel vatbaar voor de hybride opwekking van energie door de combinatie van diverse hernieuwbare technologieën op gebouwniveau, met opslag, optimaal aangestuurd en afgestemd met de grote energiecentrales.” “Electrificatie, de uitbouw van elektriciteitsopwekking en – distributie, aangevuld met warmtenetten in dichte bebouwde omgevingen ter valorisatie van restwarmte en hernieuwbare warmte wordt het complexe samenspel dat werkelijk tot oplossingen zal leiden. Stedenbouwkundige vernieuwingen zouden zich meer en meer moeten kunnen richten op dit toekomstige energielandschap.”

Simulaties zorgen voor onderbouwde keuzes

“Dynamische simulaties zijn erg belangrijk in de ontwerpfase om verschillende opties binnen geïntegreerde oplossingen met elkaar te vergelijken. Hoewel het voorspellen van het werkelijke gebouwgebruik nog zijn grenzen heeft, geeft het inzetten van deze aanpak ons toch alvast de mogelijkheid om alternatieve en nieuwe mogelijkheden naast elkaar te plaatsen en zo op gefundeerde wijze in ontwerpfase te kiezen voor de meest gunstige oplossing in de latere reële werkingsfase van het gebouw”, besluit Boydens.