De overstap van basismobiliteit naar basisbereikbaarheid is nu definitief. Waarom was dit nodig en wat houdt dit precies in?

“In het verleden bestond er een decreet rond basismobiliteit. Dit hield in dat elke Vlaming recht had op een tram- of bushalte op 750 meter van zijn voordeur, ongeacht diens nood aan deze halte. Dit systeem was inefficiënt en onbetaalbaar. Met de term basisbereikbaarheid willen we overgaan naar een systeem waarbij de private sector een deel van de lokale vervoersactiviteiten van het openbaar vervoer kan overnemen. We willen de lokale besturen nauw betrekken omdat zij de vervoersnoden van hun burgers beter kennen. Zo willen we het aanbod beter afstemmen op de specifieke vragen van de bevolking. Op basis van een studie is Vlaanderen ingedeeld in 13 vervoersgebieden. Elk van deze gebieden krijgt een vervoersregelraad waarin zowel het lokaal bestuur, de departementen Wegen en Verkeer en Mobiliteit en Openbare Werken, de NMBS, De Lijn en Infrabel vertegenwoordigd zijn. Al deze partijen samen moeten tot een vervoersbeleid op maat van het betreffende gebied komen.”

Ook voor de waterwegen als alternatief voor het vrachtvervoer over de weg koestert u ambitieuze plannen?

“Wij willen de waterwegen terug in ere herstellen als waardig alternatief voor het wegverkeer. 80 % van de Vlaamse ondernemingen ligt op minder dan 10 kilometer van een bevaarbare waterweg. Het doel is om het vrachtvervoer per schip concurrentieel te maken door de kosten te laten dalen en te investeren in innovatie. Tegelijk met de fusie van Waterwegen en Zeekanaal NV en nv De Scheepvaart tot één sterke speler, genaamd De Vlaamse Waterweg, willen we een sterke promotiecampagne voeren naar bedrijven toe om de voordelen van de waterwegen onder de aandacht te brengen.”