Voor een goed begrip: waterzuivering in Vlaanderen is gebonden aan de ‘Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater’. Deze bepaalde dat tegen eind 2005 alle afvalwater van agglomeraties met meer dan 2.000 inwoners gezuiverd moest worden. Bovendien moest voor een bijkomende verwijdering van de nutriënten stikstof en fosfor gezorgd worden. Een te hoge belasting met nitraat en fosfaat genereert immers een overvloed aan voedingsstoffen, waardoor er een explosieve algenbloei op gang komt die waterorganismen stikt. Een nieuwere ‘Europese kaderrichtlijn Water’ bepaalt dat tegen 2015 al het oppervlaktewater en grondwater van goede kwaliteit moet zijn. De richtlijn gaat uit van het principe ‘de vervuiler betaalt’ om gebruikers aan te sporen rationeler om te gaan met water.

Efficiëntere beluchtingsystemen

Tijdens het waterzuiveringsproces wordt heel wat energie verbruikt onder meer tijdens de beluchtingsfase. Door het inzetten van meer efficiënte beluchtingsystemen kan er behoorlijk bespaard worden op energie. Meet- en regeltechnieken spelen daarbij een belangrijke rol evenals audits van grote energieverbruikers.

Energie uit slib

Rioolwater bevat veel thermische energie (warmte). Door gebruik te maken van een warmtepomp en een warmtewisselaar is het mogelijk om deze warmte terug te winnen uit het gezuiverde afvalwater. Een andere opportuniteit is energie te recupereren bij het vergisten van het bij de zuivering geproduceerde slib. In het proces komt biogas vrij waarvan ook methaan deel uitmaakt. Methaan is op zijn beurt een energiedragend gas dat ingezet kan worden in WKK’s (warmtekrachtkoppeling) voor de productie van elektriciteit. Daarnaast kan het biogas aangewend worden om drogers te verwarmen, waarin de restmassa van het slib omgezet wordt in brandbare pellets. Deze pellets worden onder meer gebruikt in elektriciteitscentrales en de betonindustrie. Op die manier zijn ze een vervanger van fossiele energie.