De bioloog deelt met zijn buurman, Johan Vlaemynck van Tomato Masters, niet alleen elektriciteit en warmte, maar de twee bedrijven zullen vanaf april ook elkaars water en nutriënten hergebruiken.

 

Waar is het idee voor deze viskwekerij ontstaan?
 

Van Hoestenberghe: “Toen ik mijn doctoraat aan de KU Leuven startte, wist ik meteen dat ik een duurzame productiemethode wou vinden voor de viskwekerij. En wel om twee redenen. Meer dan de helft van de vissen die we consumeren, is gekweekt. Bijna de helft van de gevangen vis uit de zee wordt gebruikt om die gekweekte vis te voeden. Een absurd idee. Daarnaast is er een te grote versmelting tussen de viskwekerij en de natuur. Vissen worden gekweekt en gevoederd in kooien in zee of rivier. Dat betekent dat het afval dat ze produceren ook in zee terechtkomt, waardoor rivieren of fjorden vervuild geraken met onder meer uitwerpselen van de vis, stikstof en fosfor.”

 

Waarom is jullie kweekmethode zo vernieuwend?
 

Van Hoestenberghe: “Ten eerste moeten we om deze vis te kweken, geen vis in zee gaan vangen. Onze dieren worden gevoed met plantaardige visolie en vismeel. Op zoek naar een vis die omni- en herbivoor was, ben ik in Australië terechtgekomen. Door langdurig onderzoek uit te voeren op vijfhonderd geïmporteerde visjes zijn we erin geslaagd om het ideale plantaardige voedsel te ontwikkelen. Daarnaast wordt onze vis - afgezonderd van de natuur - in grote visbassins gekweekt waarvan het water wordt gerecycleerd. Eigenlijk hebben we een ecosysteem nagebouwd met biologische filters, waarbij we met een massa water werken, maar we eigenlijk geen water verbruiken. Bovendien is hier het gevaar op besmetting kleiner en kan er gegarandeerd zonder gebruik van hormonen of antibiotica worden gekweekt.”
 


 

Hoe gebeurt de wateruitwisseling tussen de viskwekerij en Tomato Masters?
 

Vlaemynck: “Onze tomatenserres vangen achthonderd liter regenwater per vierkante meter op, dat terechtkomt in een reservoir van 74 miljoen liter water. Binnenkort wordt er nog een extra opslagruimte van 49 miljoen liter aangelegd. Via een ondergronds buizensysteem komt 20% van dat regenwater in de visbassins bij de Omegabaarskwekerij terecht.”

Van Hoestenberghe: “Het water van die visbassins wordt elk uur gezuiverd en komt in een filtersysteem terecht. Al het gefilterde afvalwater van onze kwekerij vloeit terug naar de tomatenkwekerij, waar het wordt gebruikt voor het besproeien van de tomatenplanten. Ons water heeft een ideale samenstelling en is de perfecte plantaardige meststof voor de tomaten. In vaktermen heet dat systeem ‘aquaponics’: het koppelen van aquacultuur (viskweek) met hydrocultuur (plantenteelt).”

Vlaemynck: “Onze samenwerking gaat trouwens nog verder. Onze warmtekrachtkoppeling levert via een elektriciteitsleiding energie aan Tomato Masters, Omegabaars, enkele bedrijven uit de regio én 10.000 gezinnen. De restwarmte die vrijkomt van de warmtekrachtkoppeling, wordt gebruikt om de visbassins op te warmen.”
 

Johan Vlaemynck van Tomato Masters

 

Met welke uitdagingen kregen jullie te maken?

 

Vlaemynck: “Aan de uitwerking van dit project zijn jaren testen op kleine schaal voorafgegaan. We hadden schrik voor bacteriële besmetting van de tomatenteelt, maar na twee jaar studie blijkt daar geen gevaar voor te bestaan. Met een proefopstelling met negen visbassins en een rij van 88 planten gingen we na welke voedingsstoffen uit het afvalwater nodig zijn om een optimale tomatenteelt te realiseren. Daarna werd het effect gemeten op de groei en smaak van de planten. Daaruit bleek dat de productie en smaak van de tomaten hetzelfde bleven.”

Hoe verandert dit jullie impact op het milieu?

Vlaemynck: “Enerzijds gebruiken we geen leidingwater voor de bewatering van onze planten, maar werken we volledig met regenwater. Daar voegen we nu nog kunstmatige meststoffen aan toe, maar door de samenwerking met de viskwekerij kunnen we 20% vervangen door organische meststoffen.”

Van Hoestenberghe: “Door met echt duurzaam gekweekte vis te werken, zorgen we ervoor dat de natuur minder wordt belast en dat de vis in het wild niet met uitsterven wordt bedreigd. En dankzij de energie van de warmtekrachtkoppeling hebben we zelfs geen aansluiting op het nutsnetwerk nodig.”

Vlaemynck: “Ons project is een inspirend voorbeeld van de circulaire economie: zowel bij ons als bij Omegabaars wordt immers alles hergebruikt.”

 

Moet de aquacultuur naar deze vorm evolueren?
 

Van Hoestenberghe: “Massaproductie van vis blijft noodzakelijk, maar we mogen met die productie de natuur niet beschadigen. De productie in de aquacultuur stijgt en wordt beschouwd als de snelst groeiende voedingssector. Vis kweken is een oplossing voor de overbevissing op zee. Bovendien belasten we de natuur veel minder, omdat we geen afval meer lozen en geen extra water uit de natuur onttrekken. Bovendien gebeurt de productie dicht bij de consument, terwijl nu het grootste deel van de vis wordt ingevlogen vanuit Azië, Noord-Europa of Amerika. Beperk dus de vangst op zee tot bepaalde periodes of bepaalde gebieden en investeer in duurzame viskweek die de natuur niet belast.”

 

En is de markt klaar voor de Omegabaars?
 

Van Hoestenberghe: “Dat denk ik wel. Hij is intussen in de vishandel en bij Carrefour te verkrijgen. Het is ook een culinaire vis die goed gebruikt kan worden in de keuken, als hele vis of als filet. Het is een vette zoetwatervis die niet zilt, maar nootachtig smaakt. En hij is gezond omdat hij nooit in contact komt met vervuild water. De prijs van de Omegabaars is iets duurder dan die van een doorsnee vis, maar door de aankoop beslist de consument wel een beetje mee over de toekomst van onze planeet.”