Met welke uitdagingen kampt u in West-Vlaanderen op het vlak van waterbeheer?
 

Bart Naeyaert, gedeputeerde van de Provincie West-Vlaanderen: “De provincie is beheerder van bijna alle onbevaarbare ingeschreven waterlopen. Aan de ene kant worden wij geconfronteerd met regenval die onder invloed van de klimaatverandering steeds heviger wordt. Aan de andere kant is er de ruimtelijke ordening, waarbij men in het verleden gebouwd en verhard heeft en beken ingekokerd heeft op plaatsen waar men dat beter niet had gedaan. Bij hevige regenval leidt dat tot overstromingen. De kokers kunnen het water niet meer slikken of effectief overstromingsgevoelige bewoonde gebieden komen onder water. Daarom investeren we in waterbuffering stroomopwaarts van de bebouwde gebieden.”

“Daarnaast worden we sinds enkele jaren geconfronteerd met periodes van verdroging, wat vooral een impact heeft op de landbouw. Daarom moet een extra watervoorraad worden voorzien door gecontroleerde overstromingsgebieden te creëren waar water kan worden gebufferd en gebruikt door landbouwers die kampen met een watertekort. Aanvullend kijken we samen met landbouwers hoe we ook op hun private terreinen waterbuffers kunnen realiseren die zowel bij wateroverlast als bij watertekort kunnen worden aangewend.”

“In West-Vlaanderen tellen we zeven grote polderbesturen die een belangrijke rol spelen in het beheer van de waterlopen in hun gebieden. Tijdens periodes van droogte kampen zij echter met verzilting. Daarom streeft men naar voldoende zoetwatervoorraad in de polderwaterlopen en onderzoeken we de mogelijkheid van ondergrondse zoetwateropslag. De uitdagingen van de provincie en haar partners in waterbeheer gaan dus zowel over het creëren van watervoorraden als het tegengaan van wateroverlast.”

 

Hoe staat het met de waterkwaliteit?
 

“Ook de waterkwaliteit is enorm belangrijk. Zo zijn er bijvoorbeeld de nitraatrichtlijn en het netwerk van MAP-meetpunten. Het is een hele uitdaging om het gebruik van dierlijke mest optimaal in te zetten en stikstofkunstmest te beperken. Daarom hebben we samen met Inagro een werking uitgebouwd om landbouwers bij te staan in het verminderen van de nitraatresiduen. Dat leverde reeds resultaten op. Zo verminderde het aantal overschrijdingen en daalde ook de hoogte van die overschrijdingen. Helaas zijn deze nog onvoldoende zichtbaar in de evaluaties van het MAP-meetpuntennetwerk.”

“In heel Europa is er geen enkele andere regio die zo intensief en transparant de waterkwaliteit betreffende de nitraatrichtlijn blootlegt dan Vlaanderen. De metingen gebeuren namelijk tot in de kleinste waterlopen. Hierdoor beschikken we over enorm veel gegevens waarmee ook de moeilijkere uitdagingen kunnen worden aangepakt die nog voor ons liggen. Zo staan bepaalde intensieve teelten zoals prei nog tot laat in het jaar op het veld. De meting van nitraatresiduen gebeurt echter in het najaar, waardoor de resultaten negatief worden beïnvloed.”

“Ook de klimaatverandering speelt een rol. Wanneer er na het bemesten zeer veel regen valt, dan spoelt die bemesting uit. Tijdens droogteperiodes wordt de bemesting dan weer niet opgenomen door de planten, waardoor ze niet kunnen groeien. Wanneer het daarna dan weer harder gaat regenen, krijg je opnieuw uitspoeling. De evenwichtsoefening tussen natuur en bemesting is en blijft dus een complexe uitdaging.”
 


 

Wat zijn voor u de prioriteiten binnen het waterbeleid?
 

“Wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit,… het komt er op aan om alle verschillende uitdagingen tegelijk aan te pakken, en dat vraagt om een integraal waterbeleid. De prioriteit is daarbij het vermijden van wateroverlast voor de burgers. Om dat in goede banen te leiden hebben we als provincie zeer nauwe contacten met alle gemeenten. Voor ieder gebied is er een verantwoordelijke die de contacten met de gemeenten en polderbesturen van nabij opvolgt en zijn gebied ook door en door kent. Op die manier staan we als provincie zo dicht mogelijk bij het gebied.”

 

Hoe belangrijk is samenwerking?
 

“Sommige waterproblemen zijn grensoverschrijdend. Zo worden we momenteel geconfronteerd met een muskusrattenplaag die overkomt vanuit Frankrijk. Deze dieren tasten de oevers van de beken aan, waardoor er wateroverlast kan ontstaan. We beschikken in West-Vlaanderen over een dicht netwerk van muskusrattenbestrijders, waardoor we deze populatie tot nu toe goed onder controle hadden. Door de instroom vanuit Frankrijk zullen we echter voor een internationale aanpak moeten gaan.”

“Daarnaast werken we internationaal samen voor projecten rond bijvoorbeeld erosiebestrijding en een meer ecologische inrichting van de oevers van beken. Dit wordt dan steeds vertaald naar een gebiedsgerichte en lokale aanpak. Ook onze samenwerking met het Vlaams Kenniscentrum Water (Vlakwa) is belangrijk. Overheden, onderzoekers, ondernemers en vertegenwoordigers van belangengroepen overleggen over water. Samen detecteren we problemen, zoeken we naar oplossingen, ontwikkelen we actieprogramma’s en kijken we hoe we die via de overheid kunnen stimuleren.”